‘Als ik over mijn werk vertel, zeggen mensen altijd dat ik straal’, zegt Gaby Boshuizen, verpleegkundige bij de Vijverhof in Spijkenisse. Al vanaf haar zestiende werkt ze in de zorg, en nog steeds doet ze dat met heel veel plezier. Met de bewoners is het alsof ze samen een groot gezin vormen. ‘Het voelt niet als werken.’
Hoe lang werk je al in de zorg?
‘Op mijn zestiende stond ik voor het eerst aan het bed in de ouderenzorg. Dat is nu zesentwintig jaar geleden. Eigenlijk begon het al eerder: als kind hielp ik mijn vader bij activiteiten voor mensen met een beperking. Elke woensdagavond eetcafé, op zaterdag de soos en tussendoor uitjes. Ik heb daar jarenlang als vrijwilliger aan meegedaan.
Dat ik niet meteen de gehandicaptenzorg in ging, kwam doordat een vriendin en ik samen de opleiding Verzorgende IG gingen doen. Ik haalde mijn diploma niet en stopte helemaal. Ik werd moeder, genoot ruim twee jaar van mijn dochter en werkte daarna een tijdje bij de Makro. Maar daar werd ik erg ongelukkig. Uiteindelijk begon ik met de verpleegkundeopleiding. Toen ik de vacature bij de Vijverhof zag, voelde dat meteen goed. Tijdens het gesprek kreeg ik de kans om mijn opleiding hier af te maken, met ondersteuning van Philadelphia.’
Waarom heb je gekozen voor dit vak?
‘Mijn hart ligt bij de gehandicaptenzorg. Als ik over mijn werk vertel, zeggen mensen altijd dat ik straal. In het begin vond ik het spannend, want de nadruk ligt hier meer op begeleiden dan op verplegen. Maar ik ben er helemaal ingerold. Het voelt niet als werken, maar alsof ik een gezin heb met zeventien mensen.
Als verpleegkundige in de gehandicaptenzorg richt ik me meer op de medische kant: signaleren, coördineren en verpleegtechnische handelingen uitvoeren. Een begeleider is vooral bezig met de dagelijkse ondersteuning, structuur en ontwikkeling van de cliënt. We hebben dus ieder onze eigen focus en vullen elkaar aan. Dat zorgt voor een fijne samenwerking.
Ik zit nu in de ziektewet door een hernia, maar ik heb me niet volledig ziekgemeld. Ik kan de bewoners gewoon niet missen! Dus ik doe nog wat taken, houd dossiers bij en ondersteun de manager. Ook dat geeft veel voldoening.’
Waarom koos je voor Philadelphia?
‘Omdat de Vijverhof in mijn woonplaats ligt en omdat ik hier mijn opleiding kon afronden. Philadelphia is van oorsprong een christelijke organisatie en op deze locatie is het geloof nog heel belangrijk. Zelf ben ik niet gelovig. Toch bid ik wel met de bewoners. Sommigen zijn aan het dementeren, maar het geloof hoort bij hun leven. Na het eten lees ik voor uit de bijbel. Ik vind het interessant om daar iets over te leren.’
Wat maakt werken in de gehandicaptenzorg zo leuk?
‘De bewoners! Ze zitten zó in mijn hart. De knuffels, tekeningen, de liefde – het is allemaal zo uitbundig. En natuurlijk het contact met mijn collega’s. We zijn echt een hecht team, we zijn er voor elkaar.’
Welke uitdagingen kom je tegen in je werk?
‘Een uitdaging is om bewoners te motiveren. We doen nu een pilot met twee fysiotherapeuten om mensen meer te laten bewegen. Dat kost moeite, maar als het lukt, is dat een overwinning.
Ook het contact met familie kan een uitdaging zijn. Ze willen natuurlijk het allerbeste voor hun naaste, maar zien niet altijd wat wij doen. Soms moeten we uitleggen waarom iets niet meer kan, zoals bij een bewoner die in haar laatste fase lag en niet meer uit bed wilde. De familie wilde per se dat ze uit bed kwam. Wij konden praten als Brugman, maar zij hielden voet bij stuk. Pas toen er een arts bij kwam die uitlegde dat die mevrouw stervende was en echt niet meer uit bed kon, accepteerde de familie dat.’
Waar haal jij voldoening uit?
‘Uit alles. Mijn werk, mijn collega’s, maar ook uit gesprekken met familie als ze vertellen over het verleden van een bewoner. Het is ook bijzonder om samen met bewoners hun levensboek door te nemen en te horen wat ze hebben meegemaakt. Het komt echt wel eens voor dat ik geen zin heb om te werken. Maar zodra ik de locatie binnenstap is dat gevoel meteen weg.’
Hoe kijk je naar de toekomst?
‘Ik wil mezelf blijven ontwikkelen. Met mijn rug kan ik dit werk fysiek gezien waarschijnlijk niet tot aan mijn pensioen blijven doen. De komende jaren zit ik hier goed, maar op termijn denk ik na over een andere functie binnen Philadelphia. Misschien als regioverpleegkundige, zorgconsulent of zelfs gedragsdeskundige. Als het zover is, ga ik daar samen met een loopbaancoach naar kijken. Maar voorlopig blijf ik hier, op de Vijverhof!’